Door de overheid is besloten tot uitfasering van koudemiddel R22. Lees wat dit voor uw installaties betekent.

R22-installaties

Vele eigenaren/gebruikers worstelen nog met de vraag, wat te doen met de bestaande R22 koel- en vriesinstallaties; tot op de laatste dag in bedrijf houden, nu ombouwen of alles volledig vervangen door een nieuwe installatie? Het is belangrijk om die vraag zo vroeg mogelijk te beantwoorden. De startende actie is altijd, beoordeel eerst:

  1. Om wat voor soort installatie gaat het, decentrale of centrale DX-installaties of installaties met pompsystemen?
  2. Is het leidingmerk van koper of bevinden zich koperen delen in de installatiecomponenten (veelal DX-systemen)? 
  3. Is het leidingwerk volledig van staal, inclusief de installatiecomponenten (veelal pompsystemen)?
  4. Hoelang is er geen koeling, voor hoelang mag de installatie uit?
  5. Ingeval van retrofitten, wat zijn de PED-gevolgen?
  6. Wat zijn de ombouwkosten (materiaal, loon, uitval en dergelijke) versus nieuw¬bouw?

In vele koel-, vries- en airconditioninginstallaties worden R22 of mengsels met R22 toegepast als koudemiddelen. Als iedereen wacht tot de fatale datums, 1 januari 2010 en 1 januari 2015 is het vrijwel zeker dat:

  • NVKL-leden de koudeketen niet gesloten kunnen houden met zeer ongewenste maatschappelijke gevolgen. Koeltechniek is cruciaal voor het beschermen van ons welzijn, onze voedselketen, dus onze gezondheid;
  • NVKL-leden over onvoldoende personele capaciteit beschikken om te voldoen aan de enorme vraag naar ombouw (retrofitten), afbraak en nieuwbouw van installaties;
  • het prijsmechanisme de overhand krijgt en sterke marktpartijen een dominante rol verkrijgen en de beschikbare capaciteit uit de markt zuigen.

De NVKL adviseert eindgebruikers van R22-installaties om de tijd die er nog is, te gebruiken om bestaande R22-installaties aan te pakken. Dit kan door R22 te vervangen door een HFK-houdend koudemiddel (retrofitten) of door een ‘natuurlijk’ koudemiddel of de installatie totaal vervangen door een nieuwe installatie. Die nieuwe installatie wordt dan ontworpen volgens de laatste stand van de techniek en er wordt zo een installatie opgeleverd die optimaal is afgestemd op het actuele en langer termijngebruik met gunstige effecten op de energie-efficiency. Neem contact op met een NVKL-installateur bij u in de buurt die kan bepalen wat de R22-exitstrategie voor uw bedrijf moet zijn.

 

Voorraad geregenereerd R22

Is er in 2010, en daarna tot 2015, nog voldoende geregenereerde R22 beschikbaar om de dan nog draaiende R22-installaties te onderhouden? En wat doen we met de nog in 2015 draaiende R22-installaties, want die mogen niet meer worden bijgevuld met R22, daar rust immers een bijvulverbod op.
 
Omdat met ingang van 1 januari 2010 maagdelijke R22 voor de koeltechnische sector geen enkele commerciële waarde meer heeft, immers het mag per 1 januari 2010 niet meer worden gebruikt om bestaande installaties te onderhouden, zullen zowel de koudemiddelleveranciers als de installateurs er voor zorgen, dat hun voorraad maagdelijke R22 per 31 december 2009 nul is. Beiden wachten niet tot eind 2009 en zullen al eerder dat jaar toewerken naar zeer minimale R22-voorraden. Dit kan betekenen dat al in 2009 krapte ontstaat aan maagdelijke R22, met als gevolg daarvan een opwaartse prijsdruk.
De brancheorganisatie NVKL voorspelt dat in 2010 grote tekorten R22 gaan ontstaan. Het risico dat uw R22-installatie niet meer kan draaien is dus groot. De NVKL adviseert bedrijven om contact op te nemen met een erkende installateur. De installateur kan bepalen of uw installatie omgebouwd (geretrofit) kan worden naar een ander koudemiddel of vervangen moet worden door een nieuwe installatie.  

Aantal R22-installaties in Nederland

In de kleine utiliteit zijn er circa 100.000 installaties met een totale inhoud van 1.000.000kg R22. Dit aantal is verdeeld in 50% airconditioning en 50% koel- en vriestechniek.
Ook in andere sectoren draaien er nog vele installaties op R22. Een groot deel, vooral de meer industriële en semi-industriële installaties, kunnen in technische zin nog jaren mee, ook tot ver na 2015. De uitfasering van het koudemiddel R22 brengen dergelijke installaties in de gevarenzone. Deze mogen ingeval van lekkage of na een calamiteit niet meer worden bijgevuld.
 
Ter illustratie, uit het 2005 koudemiddelenonderzoek van PriceWaterhouseCoopers blijkt, dat in Nederland ruim 511 ton maagdelijke R22 is verhandeld. Omdat al sinds 2001 geen nieuwe R22-installaties meer mogen worden gebouwd is die 511 ton voor onderhouds(bijvul)werkzaamheden ingezet. Wij gaan er van uit, dat circa 100 ton daarvan wordt verbruikt in de scheepssector. Voor de stationaire koelsector blijft dan 410 ton R22 over. Als wij uitgaan van een gemiddeld lekpercentage van 3,5% per jaar, dan werd de in 2005 gerapporteerde hoeveelheid van 410 ton R22 gebruikt voor het onderhouden van bestaande R22-installaties met een totale koudemiddelinhoud van circa 12.000 ton R22.
In Nederland wordt per jaar circa 10% van de bestaande R22-installaties afgebroken. Dit betekent, dat in Nederland per:
  • 2010 nog R22-installaties draaien met circa 7.000 ton koudemiddelinhoud. Die installaties mogen enkel en alleen worden bijgevuld met geregenereerde (teruggekomen en bewerkte) R22;
  • 2015 nog R22-installaties draaien met circa 4.000 ton koudemiddelinhoud. Die installaties mogen niet meer worden bijgevuld met R22, daarvoor geldt een bijvulverbod.

Warmtepomp airco's

Warmtepomp airco's

Airconditioners zouden in ons klimaat overbodig en zelfs ecologisch onverantwoord zijn.


Lees meer...

Home nieuws

Wat vind u herkenbare symptomen van een moeilijk te beheersen klimaat in een gebouw.

Lees meer...
Copyright